The VERA History
Vera ademt historie. ‘Veri et Recti Amici’ staat er boven de deur van het statige pand met middeleeuwse kelder. V.E.R.A.: ‘Ware en Oprechte Vrienden’, een opschrift dat herinnert aan de gereformeerde studentenvereniging die Vera meer dan honderd jaar geleden was. Bij binnenkomst wordt de bezoeker overweldigd door muren vol posters, krantjes en foto’s uit een rijk muziekverleden. Toch was het niet voor de jaren 1970 dat Vera werd opengesteld voor een breder publiek. Hieronder lees je de volledige geschiedenis van VERA.
1899 - 1974: Studentenvereniging VERA
Aan de dageraad van een nieuwe eeuw richtte in 1899 een groep studenten V.E.R.A. op, gericht op vorming, vriendschap en maatschappelijke discussie. Toen al kon het er in die debatten heet aan toe gaan, en toen al moest men weinig hebben van materialisme en uiterlijk vertoon. Mooi zijn de verhalen hoe er werd aangekeken tegen de eerste auto’s en hun pronkerige bezitters. Volgens de toenmalige gereformeerde rechtlijnigheid werden drankgelagen, ontgroeningen en muziek op de sociëteit afgekeurd. Dat laatste veranderde na de Tweede Wereldoorlog. Het daarvoor zo conservatieve Vera ontwikkelde zich tot een progressieve vereniging met steeds meer ruimte voor cultuur. Vera liet nu ook hervormde leden toe en kreeg een toneelvereniging en een koor.
1899
Op 14 februari wordt in Groningen (in de Guldenstraat) door 9 studenten een kerkelijke debating-club opgericht met als zinspreuk Veri Et Recti Amici. Jan Ronda is de eerste praeses. De “roepnaam” wordt VERA. Slechts leden van de Gereformeerde Kerken kunnen lid zijn.
1901
VERA verliest zijn kerkelijke grondslag in navolging van de Unie “Hendrik de Cock”, een soortgelijke studentenvereniging in Leiden. VERA wordt interkerkelijk en baseert zich op “De Drie Formulieren van Enigheid”. Orthodoxe hervormden en christelijke gereformeerde studenten kunnen nu ook lid worden.
1913
Op 24 januari wordt “de Groningse afdeling van de SSR” officieel geïnstalleerd; op 12 maart wordt de debating-club VERA officieel opgeheven. Ook al is VERA als zodanig opgeheven; als “roepnaam” zal VERA worden aangehouden als de Groningse afdeling van de SSR wordt bedoeld.
1920
Het Gronings Studentencorps "Vindicat atque Polit" probeert VERA in te lijven als onderdeel van het Corps. VERA weigert.
In de periode tot 1920 heeft VERA zijn leden geholpen de spanningen tussen geloof en wetenschap op te lossen. De leden werden gevormd tot serieuze, sobere en ingetogen mensen met weinig affiniteit tot de traditionele studentikoosheid. Na de toetreding tot de SSR wordt VERA studentikozer, maar begint ook de verzuiling. Tijdens de jaren van de eerste wereldoorlog wordt de rol van kerk en religie binnen VERA steeds groter.
1921
Het eerste vrouwelijke VERA-lid: Mej. J. Boësscher.
1923
Na zijn afstuderen wordt Jelle Berg benoemd tot erelid van VERA.
1924
De disputen AMABO, CAINA en SAPEDUR worden opgericht. De VERA-kleuren worden oranje en donkerblauw de kleuren van de noordelijke stadhouder Willem Lodewijk.
1925
Op 18 maart wordt een “ontgroeningsreglement” vastgesteld. In het zalencentrum “Concerthuis” wordt de eerste VERA-kamer in gebruik genomen.
Er komt een Cantemus en er komen de VERA-baretten.
1926
Het “Concerthuis” wordt verlaten; VERA komt bijeen in Hotel “Victoria”.
1927
Het meisjesdispuut ZAGENA wordt opgericht.
1931
In november wordt de Sociëteit in de Stoeldraaiersstraat in gebruik genomen. (tot 1937).
1932
Vindicat probeert opnieuw VERA in te lijven, maar ook deze poging mislukt.
1936
De eerste subvereniging, de schaakclub S.I.S.S.A., wordt opgericht; spoedig gevolgd door andere subverenigingen.
In de periode tot de tweede wereldoorlog wordt VERA gekenmerkt door een behoorlijke groei wat blijkt uit de in gebruik name van steeds grotere VERA-ruimten en de oprichting van een aantal disputen en subverenigingen. De sfeer wordt gekenmerkt door een bloeiende amicitia en een relatieve vrijheid van gedrag maar ook door een geestelijk isolement en een zekere wereldvreemdheid.
1941
Op 1 november heft de vereniging zich op en gaat illegaal verder als “catechisatieclub”.
1943
De meeste VERA-leden duiken onder; de VERA-brieven vormen een belangrijke bron van contact.
1944
De vereniging houdt ook de facto op te bestaan.
In de tweede wereldoorlog hebben een aantal VERA-leden krachtig verzet gepleegd. Vier VERA-leden zijn daarbij omgekomen: Reint Dijkema, Piet Gootjes, Roelof Kars v.d. Bergh en Bote v.d. Wal.
1945
De Groningse afdeling van de SSR wordt omgedoopt tot “Corpus Studiosorum Reformatorum Groningae Veri Et Recti Amici”, kortweg CSRG VERA, of gewoon VERA.
Het VERA-orgaan, als opvolger van de VERA-brieven ontstaat.
Op 13 juli wordt de sociëteit in de H.W. Mesdagstraat 28 in gebruik genomen.
1946
Discussies over de grondslag naar aanleiding van de Vrijmaking.
De Academische Senaat erkent VERA de facto door haar uit te nodigen voor een academische plechtigheid.
1947
De disputen ICHNATON, DORSEQUA, TUDUCA en CONISA worden opgericht.
Een aantal VERA-leden treedt uit en richt de studentenvereniging “Hendrik de Cock” op.
1949
De VERA-mensa ontstaat
1950
Als onderdeel van de ontgroening stelt VERA het kaalknippen van eerstejaars in.
1951
De sociëteit wordt te klein en er wordt gekeken naar een nieuwe behuizing. De “Stichting Sociëteitsfonds VERA” (SSF) wordt opgericht.
1953
Opnieuw grondslagdiscussies; VERA geeft een eigen inhoud aan de Moderamenverklaring van de SSR: VERA acht zich “verbonden met” in plaats van “gebonden aan” de grondslag.
1954
VERA krijgt een eigen wapen en een eigen vaandel.
De VERA-mensa houdt op te bestaan.
1955
De SSF koopt het pand Oosterstraat 44 met het doel daar een sociëteit te vestigen.
In de eerste jaren na de tweede wereldoorlog maakt VERA een onstuimige groei door en ontwikkelt het zich tot een volwaardige studentenvereniging als onderdeel van de SSR. Wel wordt door steeds weerkerende grondslagdiscussies de band met de SSR losser.
1956
De sociëteit in de H.W. Mesdagstraat wordt verlaten.
Op 18 oktober wordt door het erelid Jelle Berg de nieuwe sociëteit PNYX (genoemd naar de heuvel in Athene waar de Atheners ter volksvergadering kwamen) in de Oosterstraat geopend. De norm wordt “Corpswaardigheid”.
1957
In de sociëteit wordt een nieuwe VERA-mensa gevestigd.
De eerste VERA-almanak wordt gemaakt.
De toneelgroep “En Ronde” wordt opgericht.
1958
De eerste MO-studenten worden als lid van VERA toegelaten.
1960
VERA groeit sterk; heeft nu circa 350 leden; het dispuut ZAGENA wordt gesplitst in GIOCA, JACKEMAR en EFORA.
1961
De disputen ASKORE, CORONA en PERALCO worden opgericht.
VERA is tegen de grondslagwijziging van de SSR.
1962
Het STER-plan wordt ingevoerd waarbij meer en meer de nadruk komt te liggen op de dispuutsfunctie.
De Algemene Corpsvergadering wordt het Corpsparlement.
Het begin van de lezingen-cycli. Deze hebben een grote uitstraling en worden gedeeltelijk in boekvorm uitgegeven.
Er komen aparte dispuutshuizen.
1964
VERA opent een nieuwe mensa, die gedeeltelijk “open” is.
1966
De grondslag-omschrijving wordt gewijzigd in “de traditie der Christenheid, zoals die heeft doorgewerkt…”.
1967 Het kaalknippen wordt afgeschaft.
1968
De groentijd is op voet van gelijkheid; de kledingregels verdwijnen; het meisjesdispuut ZAGENA wordt opgeheven, de disputen worden gemengd, waardoor nieuwe disputen ontstaan: MUZENY, LIMERA en THABOERA.
1969
Er wordt gediscussieerd of VERA al dan niet een “open vereniging” moet worden.
1970
De “Openheid-motie” wordt aangenomen. Het is het einde van VERA als studentenvereniging.
De periode na de tweede wereldoorlog tot 1970 kenmerkt zich door een grote bloei van VERA, maar daarna ook door het feit dat de ontzuiling en deconfessionalisering hun intrede deden. Onder invloed hiervan en het ontstaan van het nieuwe type student hebben er toe geleid dat VERA zich meer en meer open stelde. De aloude amicitia onder studenten werd uitgestrekt naar alle jongeren.
1971
De statuten worden gewijzigd. Het “C.S.R.G. VERA” gaat “Jongerenvereniging Vera” heten. Er is geen grondslag meer, maar een aantal “uitgangspunten” waarin overigens de oude VERA-waarden wel te herkennen zijn.
HBO-ers en “werkende jongeren” kunnen lid worden.
1974
De “Jongerenvereniging Vera” wordt het nog niet gesubsidieerde “Jongerencentrum Vera”.
Alle voorgaande gegevens zijn ontleend aan het boek van P.A.J. Caljé “VERA: Vorming en Vriendschap”, met als ondertitel “1899 – 1974, 75 jaar gereformeerd studentenleven” (ISBN 90 6247 302 4). Dit boek is geschreven naar aanleiding van het 18e lustrum van de C.S.R.G. VERA en georganiseerd door de kring Groningen van de Reünistenorganisatie van de SSR. Een ieder die meer wil weten over de geschiedenis van VERA en de achtergronden wordt aangeraden dit boek te lezen.

1974 - 2026: Poppodium VERA
1974 - 1979
1974
De “Jongerenvereniging Vera” wordt het nog niet gesubsidieerde “Jongerencentrum Vera”
1976
Het ene na het andere dispuut wordt opgeheven; de laatste drie overgebleven disputen (THABOERA, KIBBELKOELE en CONISA) fuseren tot AGIANA.
1978
Het Jongerencentrum krijgt subsidie.
1980 - 1989
1980 Het Jongerencentrum wordt een “Gedoogcentrum” en gaat soft-drugs verkopen met een eigen “huisdieler”.
De cultuur van het gesproken en geschreven woord wordt vervangen door de cultuur van muziek en beeld (films, popconcerten en zeefdrukken). De bezoekers zijn niet meer de studenten, maar vooral jongeren.
1986 Het “jongerencentrum Vera” wordt “Vera, club for the International Pop Underground” en organiseert in die hoedanigheid veel pop-concerten.
1990 - 1999
1998 Het krijgt de kwalificatie “Beste Poppodium van Nederland”.